Het verenigingsondersteuningsteam (VO-team) kan in samenwerking met de kaatsacademie, ondersteuning bieden op het gebied van bestuurlijke-, organisatorische-, praktische- en sporttechnische vragen.

 

Hierbij moet u denken aan:

· Draaiboeken voor een vereniging
· Functieomschrijvingen voor een bestuur / commissie
· Werken met commissies
· Vrijwilligersbeleid
· Jeugdbeleid
· Ledenwerving
· Uitleg geven en motiveren tot volgen van opleidingen (jeugdscheidsrechter)
· Begeleiding verenigingstrainers
· Opzetten van trainingen
· Praktische ondersteuning bij opzetten van activiteiten / clinics ed
· Sporttechnische workshops voor verenigingstrainers
· Ondersteuning bij speciale verenigingsactiviteiten
· Diplomakaatsen

Door middel van een verenigingsbezoek, ondersteuningstraject, brainstormsessie (s) of adviesgesprek (ken) wordt ondersteuning geboden. Het geven van workshops behoort ook tot de mogelijkheden, en het verstrekken van informatiemateriaal.

Heeft u vragen of interesse in één van de onderwerpen? Stuur dan een mail naar Afke Hijlkema

 

 

Actuele onderwerpen;

WBTR: 
Vanaf 1 juli 2021 de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) in werking. De WBTR is een wettelijke verplichting voor verenigingen en stichtingen. Alle besturen moeten per 1 juli voldoen aan deze nieuwe wet. Het is daarom belangrijk om hier vroegtijdig mee aan de slag te gaan als bestuur, want als u niet voldoet aan de WBTR kan dat persoonlijke gevolgen hebben voor bestuursleden.

Wat verandert er?
De wettelijke veranderingen hebben vooral betrekking op de taakstelling van het bestuur, de aansprakelijkheid en de besluitvorming van de bestuurders en de toezichthouders met een tegenstrijdig belang aan dat van de organisatie. Veel wat in deze wet extra wordt vastgelegd als verplichting is gelukkig nu al gangbaar in de praktijk. De gevolgen vallen dus best mee, vooral voor lokale clubs/verenigingen. Als u de stappen hieronder doorloopt, dan voldoet uw organisatie in elk geval aan de verplichtingen die de wetswijziging oplegt.

Stap 1. Statutenwijziging
De wetswijziging leidt tot een noodzakelijke aanpassing van de statuten van een vereniging. De statuten moeten een bepaling gaan bevatten waarin staat wat er moet gebeuren in het geval van afwezigheid van alle bestuurders (en/of toezichthouders). Dus bepaald moet zijn wie er beslissingen mogen nemen als niemand van het bestuur dat meer kan of mag. Hiervoor kan bijvoorbeeld naast de kascommissie een continuïteitscommissie worden ingesteld. De volgende bepaling kan dan worden opgenomen in de statuten:

Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de continuïteitscommissie of de door deze commissie aan te wijzen personen. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de aanwezen personen met een bestuurder gelijkgesteld.

Het doorvoeren van de wijziging moet gebeuren bij de eerstvolgende statutenwijziging. Dat hoeft dus niet voor de invoeringsdatum van de wetswijziging te zijn, maar is natuurlijk wel aan te bevelen. Zeker als de statuten toch al enigszins zijn verouderd.

Stap 2. Besturen volgens de (nieuwe) eisen van de wet
Niet alle nieuwe wettelijke bepalingen hoeven in de statuten te worden opgenomen. Maar er moet in de praktijk natuurlijk wel aan de wet uitvoering worden gegeven.

De volgende nieuwe wettelijke bepalingen moeten in elk geval tot de bestuurspraktijk gaan behoren:
• Bestuurders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de organisatie. Bij een tegenstrijdig belang mag een bestuurder niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp.
Bestuurders hebben altijd het recht om de algemene vergadering te adviseren over een besluit dat moet worden genomen. Ook als de bestuurders vervolgens zelf mogen meestemmen als lid.
• Een bestuurder mag meer dan één stem hebben, maar mag niet méér stemmen uitbrengen in een bestuursvergadering, dan de andere bestuursleden tezamen.
• Indien de voordracht voor een bestuursfunctie één kandidaat voor een te vervullen plaats bevat, dan heeft een besluit over de voordracht tot gevolg dat de kandidaat is benoemd, tenzij het bindende karakter aan de voordracht wordt ontnomen.

Er is wat voor te zeggen om de onder stap 2 genoemde wettelijke bepalingen ook op te nemen in de statuten, om daarmee het risico dat de wet wordt overtreden extra te verkleinen.
Ook omdat de statuten toch al moeten worden gewijzigd (zie stap 1).

Stap 3. Willen wij onze organisatie (m.b.t. het bestuur en het toezicht) wijzigen?

Het is niet verplicht voor verenigingen om een raad van toezicht te hebben. Maar voor met name grote organisaties (met veel leden - bijvoorbeeld 500+ - en/of een gelaagde organisatiestructuur) is dit een serieus te overwegen optie. Als daartoe wordt besloten, dan zijn de regels hiervoor nu ook terug te vinden in de nieuwe wet. Hetzelfde geldt voor het maken van een onderscheid tussen toezichthoudende en uitvoerende bestuurders, de zogenaamde one-tier board. Dit onderscheid kon al worden gemaakt, maar heeft nu ook een wettelijke grondslag gekregen voor verenigingen en stichtingen. Dit kan relevant zijn voor de (beperking van) aansprakelijkheid voor bestuurders die op afstand van de dagelijkse praktijk besturen. Ook hiervoor geldt weer dat dit met name relevant is voor grote organisaties zoals bijvoorbeeld omni-verenigingen en bonden waar een bestuur zich in de regel niet bezig houdt met de dagelijkse werkzaamheden.

Stap 4. Verdere maatregelen voor beperking risico van aansprakelijkheid bestuurders
De wetswijziging houdt ook in dat in geval van faillissement van een rechtspersoon iedere bestuurder tegenover de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het tekort, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

Gelet op deze bepalingen is het voor alle bestuursleden belangrijk dat wordt voldaan aan de eisen van goed bestuur.
Hoe weet u of hieraan wordt voldaan?

Een mogelijkheid is om te laten bekijken of uw vereniging voldoet aan de eisen van goed bestuur. Het Predicaat Goed Bestuur wordt verstrekt door de Nederlandse Stichting voor Vereniging en Recht aan verenigingen waarvan met een screening is vastgesteld dat zij voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, waaronder natuurlijk ook de nieuwe wet bestuur en toezicht rechtspersonen.

Meer informatie hierover is te vinden op www.verenigingenrecht.nl.